Oorsprong namen

van Ooyen

Verspaget

Voorouders

van Ooyen

Verspaget

Broers & Zusters

van Ooyen

Verspaget

Jeugdjaren

Jo

Nellie

Jo & Nellie

verkering

gezin

Broers & Zusters
Van Ooyen & Verpaget
Vorige.
Volgende.
Startpagina.
Ome David

Ome David is geboren op zaterdag 9 mei 1912 en overleed op 11 maart 1995.  Hij trouwde met Coba Vrij. Ze kregen vier kinderen, Ria, Francien, Mia en David. Zoals iedereen van het gezin Verspaget had hij ook een scheldnaam en werd “mulkwagen” genoemd, omdat hij heel lang aan de borst wilde. Een week na z’n vijfde verjaardag overleed zijn vader. Volgens zijn moeder hing hij heel erg aan z’n vader. Als die ging werken bleef hij lang aan z’n broekspijpen hangen. Ook omdat hij dan een cent wilde hebben. Misschien wel door het vroege verlies van z’n vader was hij een moeilijk kind. Maar voor zwarte piet had hij ontzag. Toen tante Minet, een zus van zijn moeder, een zwarte Piet geregeld had en hij bij hem moest komen, wist hij niet hoe vlug hij onder tafel moest kruipen. Er was altijd wel iets met hem. Als zijn moeder zuurkool gekookt had, wilde hij rooie kool. Eens liep ‘t zo uit de hand dat hij een bord eten naar z’n moeder gooide. De kinderen vlogen hem aan, waarbij tante Netta z’n gezicht open krabte. Uit wraak bewerkte hij daarna een foto van tante Netta, door met een spiegel in de hand dezelfde krassen op zijn gezicht, ook op die foto te krassen. Bij een baas werken hield hij niet lang vol. Zelfs niet bij de hoedenmaker Sporenberg, die hem als een kind beschouwde hield hij ‘t niet lang vol. Voor militaire dienst werd hij niet zoals z’n broer Frans uitgeloot. Maar wel  vervroegd uit dienst ontslagen.
Hier met zijn zus, tante Marie, toen hij in militaire dienst was.
Ome David was een echte vrijbuiter, die in die tijd al een auto had. Hiermee smokkelde hij boter naar België. Met een auto vol smokkelwaar is hij op de grens door de slagboom gereden. In de krant stond dat hij door te remmen en weer gas te geven z’n auto iets optilde om de slagboom door te breken. Een gendarme kon nog net op tijd opzij springen. Toen ze zijn banden lek schoten,
is hij de bossen in gevlucht. Ze kregen hem uit eindelijk toch te pakken, wat hem zes maanden kostte. Eens vroeg een vriend om de  auto te besturen. Toen die vriend recht op een boom aan reed, sprong hij snel achter in de auto. De vriend, een slagerszoon, overleefde het niet. Ome David handelde in van alles. Eens had hij zelf prachtige meubels. Komt er iemand op bezoek, die een behoorlijk bedrag bood. Hij verkocht z’n meubels terstond.
Zijn kinderen waren hem alles. Toen zijn dochtertje Ria zo ziek was dat ze naar het ziekenhuis moest, kwam hij huilend bij z’n moeder aan. Die zei: “Ja, jongen nou zie de wa kinderen hebben is”.
Hier zit ik samen met z’n dochtertje Ria in de teil.
In de bevrijdingstijd reed ome David met een vrachtwagen voor de Engelsen. Op de foto in ‘t uniform wat hij toen droeg. Hij deed van alles, zoals café baas, ‘t hebben van kostgangers en het maken van betonnen schuttingen. Ook heeft hij van 1942 tot 1948 zijn moeder in huis gehad. Als tante Netta en ome Henk met Pasen bij ons op bezoek waren, wilden ze altijd naar hem.
Hier zijn café op de Broekseweg met op de zijmuur de naam Costa Rica. De reactie van Mia Verspaget in Eindhoven in beeld op 14 januari 2007: “Ik ben de dochter van David en Coba.
Het cafe aan de Broekseweg werd gerund van 1959 tot 1969 door mijn vader en moeder.
Wij hadden achter het cafe een beton bedrijf waar ik zelf ook werkzaam was. We hadden inderdaad veel kostgangers, het was dan ook een drukke boel bij ons thuis.”
Toen ik een keer mee ging, had hij een ton met sokken te koop, die allemaal verschillend waren. Je kon geen paar bij elkaar gezocht krijgen. Je moest altijd met hem lachen om z’n verhalen. Zo ook wat hij met zijn kostgangers  uithaalde. Een keer had hij een touw aan het kussen van een kostganger vast gemaakt. Hij kon van uit de kamer daarnaast het kussen omhoog trekken. Toen de kostganger in bed lag, trok hij onder maken van geluiden ‘t kussen omhoog. De kostganger had ‘t niet meer en dacht dat de duivel er achter zat. Later woonde hij in de Willem van Millenberchstraat.